ECLI:NL:PHR:2002:AD9343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door profiteren van wanprestatie bij overdracht exploitatie-overeenkomst speelautomaten
Meco BV had met de toenmalige eigenaar van een café een exploitatie-overeenkomst gesloten voor speelautomaten, inclusief een kettingbeding en boetebeding. De eigenaar verkocht het café aan een derde, die de speelautomaten van Meco verwijderde en een concurrent plaatste. Meco stelde dat deze derde onrechtmatig handelde door te profiteren van de wanprestatie van de verkoper die de overeenkomst niet overdroeg.
De president van de rechtbank Rotterdam oordeelde dat de derde bewust had geprofiteerd van de wanprestatie en onrechtmatig had gehandeld, omdat zij op de hoogte was of behoorde te zijn van het kettingbeding. Het hof Den Haag vernietigde dit vonnis en oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de derde van het kettingbeding wist, waardoor de gevraagde voorziening werd geweigerd.
Meco kwam in cassatie tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door ambtshalve een oordeel te geven over de kennis van de derde over het kettingbeding, terwijl hierover geen grief was gericht. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Amsterdam wegens overschrijding van de grenzen van de rechtsstrijd.