ECLI:NL:PHR:2002:AD9557
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsmacht en afwijzing niet-ontvankelijkheid bij drugstransport met schip onder buitenlandse vlag
De zaak betreft de cassatie tegen een veroordeling voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hasj aan boord van het schip 'Asean Explorer', varende onder de vlag van Sint Vincent en de Grenadines. De verdediging voerde meerdere middelen aan, waaronder een beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM wegens een vermeende deal met een medeverdachte, betrokkene A, en betwisting van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.
Het hof had het verzoek om betrokkene A als getuige te horen afgewezen, omdat uit de verklaring van de officier van justitie bleek dat er geen sprake was van een deal in de zin van de richtlijn afspraken met criminelen. De verdediging kreeg gelegenheid vragen te stellen tijdens het verhoor door de rechter-commissaris in de VS. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel niet onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
Ten aanzien van de rechtsmacht bevestigt de Hoge Raad dat de Nederlandse strafwet van toepassing is op de Nederlandse verdachte die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een strafbaar feit, mits het feit ook strafbaar is gesteld in het land waar het is begaan. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het vlaggenbeginsel van Sint Vincent en de Grenadines, dat vergelijkbaar is met het Nederlandse art. 3 Sr Pro, rechtsmacht toekent over het schip en medeplegers, ook indien zij zich elders bevinden.
Het middel dat het OM niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt eveneens verworpen. Het hof heeft geoordeeld dat de inzet van opsporingsmethoden proportioneel was gezien de ernst en complexiteit van de zaak.
De Hoge Raad acht het eerste middel gegrond vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, wat aanleiding geeft tot strafvermindering. De overige middelen worden verworpen. De straf van twaalf maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd, maar wordt verminderd wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: De veroordeling tot twaalf maanden gevangenisstraf wordt bevestigd met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.