ECLI:NL:PHR:2002:AD9579
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in zaak onttrekking aan het verkeer van vermoedelijk kinderpornografisch materiaal
In deze zaak gaat het om een vordering tot onttrekking aan het verkeer van een grote hoeveelheid materiaal dat deels kinderpornografisch is, in beslag genomen in 1995. De rechtbank Amsterdam heeft de vordering deels toegewezen en deels afgewezen, waarbij het kinderpornografische materiaal aan het verkeer werd onttrokken en ander materiaal werd teruggegeven. Verzoeker stelde cassatie in tegen deze beslissingen.
De Hoge Raad overweegt dat de rechtbank terecht heeft meegewogen dat kinderpornografie een zwaarwegend maatschappelijk belang betreft en dat het materiaal reeds geruime tijd in beslag was. De rechtbank heeft echter haar oordeel gebaseerd op de strafbaarstelling van art. 240b Sr zoals die na 1 februari 1996 geldt, terwijl de feiten zich voordeden vóór die datum. Dit leidt tot een spanningsveld tussen de oude en nieuwe wetsteksten.
Daarnaast is vastgesteld dat de officier van justitie niet heeft meegewerkt aan een rechterlijke beslissing om verzoeker en zijn raadsman inzage te geven in het in beslag genomen materiaal, wat tot discussie over ontvankelijkheid leidde. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten niet tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie over te gaan, mede vanwege proces-economische redenen.
De Hoge Raad oordeelt dat verzoeker en zijn raadsman niet de gelegenheid hebben gekregen zich uit te laten over het materiaal nadat de rechtbank het heeft ingezien, wat een schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) inhoudt. Daarom worden de bestreden beschikkingen vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: De bestreden beschikkingen worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.