1 De dagvaarding is uitgebracht op 21 juli 2000.
2 B. Winters, De procedure na cassatie en verwijzing in civiele zaken, diss. Zwolle 1992, blz. 149 - 150, met verwijzing naar Veegens, noot onder HR 12 januari 1973, NJ 1973, 148.
3 Veegens-Korthals Altes-Groen, Cassatie in burgerlijke zaken (1989), nr. 155 en nr. 174; Winters, a.w.; B. Winters, Verwijzing na cassatie in civiele zaken, Advocatenblad 2000, blz. 690-694; Burgerlijke Rechtsvordering (losbl.), Korthals Altes, art. 424, aant. 1; en de bij deze schrijvers genoemde jurisprudentie en verdere (oudere) literatuur.
4 Maar als de Hoge Raad bepaalde klachten buiten behandeling laat, is de verwijzingsrechter niet gebonden aan de door die klachten bestreden beslissingen.
5 Burgerlijke Rechtsvordering (losbl.), Korthals Altes, art. 424, aant. 1.
6 HR 5 november 1920, NJ 1921, p. 3; HR 9 maart 1944, NJ 1944, 258; Winters, diss. blz. 148.
7 HR 4 mei 1928, NJ 1928, p. 1348; HR 21 mei 1954, NJ 1955, 387 m.nt. HB; Winters, t.a.p.
8 HR 5 november 1920, NJ 1921, p. 3; HR 23 december 1932, NJ 1933, p. 984 m.nt. EMM; HR 21 juni 1957, NJ 1957, 522; Winters, t.a.p.
9 Veegens-Korthals Altes-Groen, a.w. nr. 174; Winters, diss. blz. 172 e.v. en Advocatenblad 2000, blz. 692 e.v.; Burgerlijke Rechtsvordering (losbl.), Korthals Altes, art. 424, aant. 1; telkens met veel aangehaalde jurisprudentie.
10 Winters, diss. blz. 154 en Advocatenblad 2000, blz. 691 l.k.
11 Zie voor beslissingen aan de hand van die regel HR 23 oktober 1998, NJ 1999, 114 en al. 8 van de conclusie van A-G Hartkamp voor dat arrest, met verdere documentatie.
12 Waarbij ik ervan uitga dat de Hoge Raad zich in de eerste cassatieprocedure niet over die uitleg heeft uitgesproken, zie al. 13 hiervóór bij voetnoot 6, en al. 20 hierna.
13 Zie de vindplaatsen genoemd in voetnoot 9. Zoals daaruit tevens blijkt, bestaan er de nodige uitzonderingen op de hier te onderzoeken regel. De thans te bespreken uitzondering is in dit verband echter nog niet expliciet aan de orde geweest. Zoals de regel in HR 19 december 1980, NJ 1982, 65 m.nt. EAAL in rov. 1 is weergegeven, biedt die voor de thans te bepleiten uitzondering wel voldoende ruimte.
14 Ter vermijding van misverstand wijs ik er overigens op, dat ik meen dat het middel er geen beroep op doet dat het hof ten onrechte een nieuwe stelling na verwijzing zou hebben toegelaten. Als ik dat goed zie, zijn de opmerkingen die ik aan dit onderwerp wijd strikt genomen overbodig.
15 Zie hierover Winters, diss., blz. 174.
16 Zie de conclusie van A-G Strikwerda voor het vorige arrest van de Hoge Raad in deze zaak, al. 11 (slot), met verwijzing naar HR 1 november 1974, NJ 1975, 343; zie ook de uitvoeriger gedocumenteerde conclusie van A-G Ten Kate voor dat arrest.
17 Zie in vergelijkbare zin Winters, diss., blz. 191 e.v.
18 Enigszins vergelijkbare vuistregels zijn van toepassing als het gaat om de uitleg die de werkgever mag verbinden aan uitingen die ertoe strekken dat de werknemer vrijwillig ontslag neemt, zie laatstelijk de conclusie van P-G Hartkamp voor HR 26 oktober 2001, C99/344, al. 6, met veel verdere documentatie over dit onderwerp.