ECLI:NL:PHR:2002:AD9616
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ingangsdatum wettelijke rente en peildatum waardering aandelen in ontwikkelingsproject
Verweerder en betrokkene A ontwikkelden samen een golfbaan en hotel/appartementencomplex te Purmerend en spraken met de gemeente af dat zij de grond tegen een relatief lage prijs konden verkrijgen. Zij hadden recht op 10% van het geplaatste aandelenkapitaal in de vennootschap die eigenaar werd van de grond, BurgGolf Purmerend BV. Bouwfonds Vastgoedontwikkeling BV nam later de aandelen van BurgInvest over, die betrokken was bij het project.
Verweerder vorderde betaling van ontwikkelingswinst en overdracht van aandelen, maar Bouwfonds was niet in staat tot levering vanwege het faillissement van BurgGolf. De rechtbank en het hof stelden de wettelijke rente vast vanaf de datum van afgifte van de bouwvergunning (1 juli 1989) en bepaalden de peildatum voor waardering van aandelen op 1 januari 1999, nabij het moment waarop vaststond dat Bouwfonds niet kon leveren.
In cassatie betwist Bouwfonds de ingangsdatum van de rente en de peildatum voor waardering. De Hoge Raad stelt dat de wettelijke rente pas verschuldigd is vanaf de dag dat de vordering in rechte is ingesteld (18 september 1992) en bevestigt dat de peildatum voor de waardering van de aandelen redelijk is gekozen, gelet op de onmogelijkheid tot levering en de proceshouding van partijen. De keuze van het hof sluit aan bij redelijkheid en billijkheid en voorkomt ongerechtvaardigde verrijking.
Uitkomst: De wettelijke rente vangt aan op 18 september 1992 en de peildatum voor waardering van de aandelen is terecht vastgesteld op 1 januari 1999.