ECLI:NL:PHR:2002:AD9689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onteigend pand in verhuurde staat bij onteigening
De gemeente 's-Gravenhage vorderde vervroegde onteigening van een pand dat eigendom was van eiser. De rechtbank wees de onteigening toe, stelde de schadeloosstelling vast en bepaalde dat het pand, bestaande uit een bedrijfsruimte en een bovenwoning, gewaardeerd moest worden in verhuurde staat. De bedrijfsruimte werd verhuurd aan een derde en de bovenwoning was kamergewijs verhuurd.
Eiser stelde in cassatie dat de bovenwoning leeg opgeleverd zou worden en dat verklaringen van huurders om vrijwillig te vertrekken zwaarder mee moesten wegen, zodat waardering in lege staat passend zou zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat bij waardering moet worden uitgegaan van een fictieve verkoop aan een willekeurige derde op het moment van inschrijving van het onteigeningsvonnis. De verklaringen van eiser en huurders konden geen executoriale werking krijgen en waren ingegeven door de onteigening zelf, waardoor waardering in verhuurde staat passend bleef.
Verder werd het cassatieberoep verworpen ten aanzien van de huurwaarde van de bedrijfsruimte en bovenwoning, omdat de rechtbank haar oordeel baseerde op deskundigenrapporten en feitelijke waarderingen die in cassatie niet konden worden getoetst. Ook de vordering tot vergoeding van wederbeleggingskosten werd afgewezen, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het pand als duurzame belegging werd aangehouden.
De Hoge Raad bevestigde hiermee de eerdere uitspraken van de rechtbank en onderstreepte het belang van de fictie van een vrije verkoop tussen redelijke partijen bij de waardering in onteigeningszaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de waardering van het onteigende pand in verhuurde staat bevestigd.