ECLI:NL:PHR:2002:AD9884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van proforma bezwaarschrift wegens uitblijven motivering bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Deze zaak betreft een fiscale ondernemersfraude waarbij de fiscus een naheffingsaanslag omzetbelasting met verhoging oplegde aan X B.V. over de jaren 1990 tot en met 1994. De aanslag volgde op een FIOD-onderzoek waarbij boekhoudkundige bescheiden werden in beslag genomen. De Inspecteur constateerde dat de omzet in de jaarrekening te laag was verantwoord, wat duidde op opzet en ernstige fraude.
X B.V. diende een proforma bezwaarschrift in zonder inhoudelijke motivering, met het verzoek om uitstel om gegevens te verzamelen. Ondanks herhaald uitstel werd geen motivering gegeven. Het hof verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de belanghebbende na eind 1996 over voldoende stukken beschikte om te motiveren maar dit naliet.
In cassatie werd betoogd dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was, mede gelet op artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde echter dat de Inspecteur binnen zijn discretionaire bevoegdheid handelde en dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. De strafrechtelijke veroordeling van de belanghebbende maakte dat er geen criminal charge meer bestond waarvoor artikel 6 EVRM Pro bescherming bood.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de uitspraak van het hof en de Inspecteur.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het bezwaarschrift wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het uitblijven van een tijdige motivering.