ECLI:NL:PHR:2002:AE0072
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsuitsluiting en motivering bij ontuchtzaak minderjarig stiefkind
Verzoeker werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens ontucht met zijn minderjarig stiefkind. In cassatie werd aangevoerd dat het hof ten onrechte had verhinderd dat een getuige bepaalde vragen beantwoordde en dat de motivering van die beslissing onvoldoende was.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 293 Sv Pro het hof bevoegd is om vragen te beletten die niet relevant zijn voor de beoordeling van het geschil. Het hof had geoordeeld dat de gestelde vragen over de biologische moeder van de getuige niet relevant waren voor de betrouwbaarheid van haar verklaring over de ontuchtige handelingen.
De Hoge Raad vond dat het hof geen nadere motivering hoefde te geven en dat het oordeel begrijpelijk was. Ook het betoog dat de aangifte voortkwam uit verzet tegen de omgangsregeling werd niet relevant geacht. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf blijft in stand.