ECLI:NL:PHR:2002:AE0553
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens ontbinding maatschap niet correct vastgesteld
In deze zaak stond centraal of het Openbaar Ministerie (OM) ontvankelijk was in de vervolging van een maatschap die mogelijk ontbonden was. Het Hof Arnhem had het OM niet-ontvankelijk verklaard omdat het OM niet ambtshalve had onderzocht of de maatschap ontbonden was, terwijl er aanwijzingen waren dat dit het geval was.
De Hoge Raad overwoog dat het recht tot strafvordering tegen een rechtspersoon of gelijkgestelde entiteit als een maatschap niet automatisch vervalt bij ontbinding, tenzij die ontbinding aan derden kenbaar is gemaakt, bijvoorbeeld via het Handelsregister, of het vermogen volledig is vereffend. Omdat de maatschap niet in het Handelsregister stond ingeschreven en de ontbinding niet aan derden bekend was gemaakt, kon het OM niet zonder meer niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad stelde dat het OM niet verplicht is om ambtshalve uitgebreid onderzoek te doen naar het voortbestaan van de maatschap, tenzij de beschikbare gegevens duidelijk maken dat de maatschap ontbonden en vereffend is. Ook wees de Hoge Raad op het belang van effectieve strafrechtelijke handhaving en dat het OM niet gelijkgesteld kan worden aan derden zoals crediteuren.
Uiteindelijk vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij het Hof rekening moet houden met de door de Hoge Raad geformuleerde criteria omtrent ontvankelijkheid en ontbinding van de maatschap.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug vanwege onjuiste toepassing van de ontvankelijkheidsregels bij ontbinding van de maatschap.