ECLI:NL:PHR:2002:AE0632
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlands arbeidsrecht op offshore arbeidsovereenkomst met rechtskeuze Schots recht
Universal exploiteert een cateringbedrijf en had een arbeidsovereenkomst gesloten met een stewardess, waarin was gekozen voor Schots recht en uitgesloten dat Nederlands arbeidsrecht van toepassing is. De werknemer werkte gedurende ruim vijf jaar en acht maanden op Nederlandse en Nederlandse continentaal plat locaties. Na beëindiging van het dienstverband vorderde zij betaling van achterstallig minimumloon, vakantietoeslag en vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen.
De Kantonrechter en Rechtbank oordeelden dat ondanks de rechtskeuze voor Schots recht, het Nederlandse arbeidsrecht van toepassing is op grond van art. 6 EVO Pro en art. 2 WAMN Pro, omdat de arbeid gewoonlijk in Nederland werd verricht. Universal kwam in cassatie met het verweer dat het EVO niet van toepassing zou zijn op de arbeidsovereenkomst omdat die vóór de inwerkingtreding van het EVO was gesloten.
De Hoge Raad bevestigt dat anticiperende toepassing van het EVO mogelijk is en dat de Nederlandse wetgever met de WAMN een interpretatie geeft die arbeid op het Nederlandse continentaal plat gelijkstelt aan arbeid in Nederland. Ook de door Universal aangevoerde uitzonderingen en interpretaties worden verworpen. De conclusie is dat de Nederlandse dwingende arbeidsrechtelijke bepalingen van toepassing zijn, ondanks de rechtskeuze voor Schots recht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Universal wordt verworpen; Nederlandse arbeidsrechtelijke bescherming is van toepassing ondanks rechtskeuze voor Schots recht.