ECLI:NL:PHR:2002:AE0644
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nawerking van algemeen verbindend verklaarde CAO-bepalingen bij arbeidsongeschiktheid
In deze zaak staat de vraag centraal of bepalingen uit een algemeen verbindend verklaarde CAO na afloop van de algemeen-verbindendverklaring nog doorwerken, met name bij arbeidsongeschiktheid van een werknemer. De werkneemster trad in 1992 in dienst en werd in oktober 1996 arbeidsongeschikt. De CAO-bepaling die recht gaf op loonaanvulling bij ziekte was slechts gedurende bepaalde perioden algemeen verbindend verklaard.
De Rechtbank oordeelde dat de werkneemster alleen recht had op loonaanvulling gedurende de perioden waarin de CAO algemeen verbindend was, en dat de inconveniëntentoeslag niet in de suppletie werd betrokken omdat deze alleen bestemd was voor werkenden. De Hoge Raad stelt dat indien een werknemer op het moment van arbeidsongeschiktheid recht had op loonaanvulling krachtens een algemeen verbindend verklaarde CAO, dit verkregen recht niet wordt aangetast door het later vervallen van de algemeen-verbindendverklaring.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de inconveniëntentoeslag wel in de suppletie moet worden betrokken indien deze in de dertien weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid is verdiend, conform de omschrijving van loon in de CAO. De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling met inachtneming van de leer van verkregen rechten en de betrokken loonbegrippen.