ECLI:NL:PHR:2002:AE0647
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechtbank bij vordering tot vrijwaring tegen buitenlandse producent
In deze zaak gaat het om de vraag of de Rechtbank te Maastricht bevoegd is op grond van art. 6 lid 2 EEX Pro om kennis te nemen van een vordering tot vrijwaring ingesteld door Delbouw tegen Siplast, een Franse producent. Delbouw had dakbedekkingsmateriaal geleverd gekregen van Siplast en verkocht aan Instala, die het gebruikte voor een bedrijfshal. Na lekkages en vervanging van het dak stelde Instala Delbouw aansprakelijk.
Delbouw riep Siplast in vrijwaring op, maar Siplast stelde onbevoegdheid in omdat de hoofdzaak slechts was ingesteld om Siplast af te trekken van de Franse rechter. Rechtbank en Hof verwierpen deze exceptie en oordeelden dat er een reëel geschil was tussen Instala en Delbouw en dat geen misbruik van recht was aangetoond.
De Hoge Raad bevestigt dat het criterium voor de uitzondering van art. 6 lid 2 EEX Pro objectief moet worden vastgesteld aan de hand van gedragingen en omstandigheden, niet subjectief. De bedoeling om de in vrijwaring opgeroepene af te trekken van de bevoegde rechter moet blijken uit objectieve omstandigheden. Het middel van Siplast wordt verworpen omdat onvoldoende is gesteld en bewezen dat sprake is van misbruik van recht.
De Hoge Raad ziet geen reden voor verwijzing naar het Hof van Justitie en bevestigt dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de vrijwaringsvordering. Het bewijsaanbod van Siplast wordt als niet ter zake dienend gepasseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechtbank om kennis te nemen van de vrijwaringsvordering tegen de Franse producent en verwerpt het cassatieberoep.