ECLI:NL:PHR:2002:AE0741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende grond voor disciplinaire maatregelen tegen gynaecoloog na overlijden patiënte door complicaties
In deze zaak staat centraal of de disciplinaire maatregelen die het Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos) heeft genomen tegen twee gynaecologen, waaronder [verweerster 1], terecht waren na het overlijden van een patiënte door complicaties tijdens een bevalling. De patiënte werd behandeld met het weeënopwekkende middel Prostin E-2, waarna ernstige complicaties ontstonden die uiteindelijk tot haar overlijden leidden.
Het Sehos had de toelating van de betrokken artsen voorwaardelijk opgezegd vanwege verwijtbare handelingen, waaronder het agressief toepassen van Prostin E-2 bij een hoogrisicopatiënte met een eerdere keizersnede. Na een eerste onderzoekscommissie en een tweede rapport concludeerde het Sehos dat er sprake was van verwijtbaarheid en stelde disciplinaire maatregelen in, die onder meer via persberichten werden bekendgemaakt.
De artsen stelden het Sehos aansprakelijk en vorderden onder meer vernietiging van de maatregelen en rectificatie van de publicaties. Het Gemeenschappelijk Hof oordeelde dat de maatregelen onvoldoende waren onderbouwd en dat niet was komen vast te staan dat [verweerster 1] de patiënte voorzienbaar in een complicatiesituatie had gebracht. Het hof vernietigde de disciplinaire besluiten en bepaalde dat het Sehos rectificaties moest publiceren.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van het Sehos af. De Hoge Raad vindt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat de risico's van complicaties niet voorzienbaar waren in de specifieke situatie en dat de disciplinaire maatregelen daarom onterecht waren. Daarmee blijft het oordeel van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de disciplinaire maatregelen tegen de gynaecologen onterecht waren wegens onvoldoende bewijs van voorzienbare complicaties.