ECLI:NL:PHR:2002:AE0744
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van limitering en termijnstelling van alimentatieverplichting na scheiding
In deze zaak staat de alimentatieverplichting na echtscheiding centraal, waarbij de man verzocht had de alimentatie te beëindigen of te verminderen vanwege gewijzigde omstandigheden. De rechtbank wees het primaire verzoek af maar matigde de alimentatie gedeeltelijk. De vrouw ging in hoger beroep en het hof bevestigde de afwijzing van de limitering.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof tekort is geschoten door geen termijn voor de beëindiging van de alimentatie vast te stellen, zoals vereist is op grond van art. II lid 2 van de Wet limitering alimentatie (Wla) voor alimentatieverplichtingen vastgesteld vóór 1 juli 1994. Ook als de alimentatiegerechtigde geen verzoek tot termijnstelling indient, moet de rechter ambtshalve een termijn bepalen en partijen gelegenheid geven zich hierover uit te laten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug aan het hof om alsnog een termijn te bepalen. Hiermee wordt de rechtszekerheid en billijkheid in alimentatiezaken gewaarborgd, waarbij de alimentatieverplichting niet onbeperkt kan doorlopen zonder een wettelijke termijnstelling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen om alsnog een termijn voor beëindiging van de alimentatieverplichting vast te stellen.