ECLI:NL:PHR:2002:AE1186
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsbeslissing inzake beklag op beslag en uitlevering
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft een conclusie ingediend betreffende een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank te Groningen. In deze beschikking werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag gericht op opheffing van beslag en teruggave van het inbeslaggenomen goed, alsmede tegen het verlof tot uitlevering aan Duitsland.
Verzoeker stelde twee middelen van cassatie voor. Het eerste middel betrof de klacht dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat verzoeker geen belanghebbende was in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad achtte deze klacht gegrond, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat de verdachte in een strafzaak waarin rechtshulp wordt gevraagd, wel degelijk belanghebbende is.
Omdat het tweede middel was gebaseerd op het onjuiste oordeel van de rechtbank over het belanghebbende zijn van verzoeker, werd dit middel niet verder behandeld. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Leeuwarden voor nieuwe berechting van het bestaande beklag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkheidsbeslissing en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting.