ECLI:NL:PHR:2002:AE1233
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over schadeloosstelling bij vervroegde onteigening en belastinggevolgen landbouwgrond
De zaak betreft een geschil over de vervroegde onteigening van landbouwgrond ten behoeve van de aanleg van een provinciale weg in de gemeente Haarlemmermeer. De provincie Noord-Holland vorderde de onteigening van een perceel landbouwgrond, waarop [verweerder] een gebruiksrecht had. De Rechtbank had de onteigening uitgesproken en schadeloosstelling vastgesteld, maar de provincie en [verweerder] gingen in cassatie tegen delen van het vonnis.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank ten onrechte niet heeft vastgesteld of en in welke omvang [verweerder] als gevolg van het niet van toepassing zijn van de landbouwvrijstelling belastinggerelateerde schade lijdt. Deze schade kan een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg zijn van de onteigening en dient daarom te worden vergoed. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nader onderzoek naar deze schadeloosstelling.
Daarnaast wordt het oordeel van de Rechtbank over omrijschade en verminderde agrarische opbrengst van het overblijvende land kritisch beoordeeld. De Hoge Raad stelt dat de Rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft waarom zij het deskundigenadvies volgde dat er geen omrijschade zou zijn. Over de verminderde agrarische opbrengst oordeelt de Hoge Raad dat de Rechtbank zich wel zelfstandig heeft gevormd. Het oordeel over de schadeloosstelling voor de bloementuin wordt bevestigd.
De Hoge Raad concludeert dat het principale cassatieberoep deels gegrond is, het incidentele beroep deels slaagt, en dat het vonnis van de Rechtbank vernietigd moet worden met verwijzing naar het gerechtshof voor nadere beoordeling.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor nader onderzoek naar de schadeloosstelling.