ECLI:NL:PHR:2002:AE1310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op afstand van aanwezigheidsrecht bij verstek in kantonzaken
In deze zaak is verzoeker door de rechtbank Breda bij verstek veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig. Verzoeker was gedetineerd en kon niet aanwezig zijn bij de zitting van het kantongerecht Tilburg. Hij heeft echter op 25 augustus 1999 schriftelijk verklaard afstand te doen van zijn aanwezigheidsrecht voor die zitting.
De Hoge Raad benadrukt dat detentie een verdachte niet mag beletten om aanwezig te zijn bij een zitting. Indien een gedetineerde verdachte niet verschijnt, moet de rechter onderzoeken of de detentie de oorzaak is of dat de verdachte afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. In dit geval was er een ondubbelzinnige afstandsverklaring, waardoor de rechtbank terecht verstek heeft verleend.
Het middel van cassatie dat stelt dat de rechtbank had moeten vaststellen dat de afstandsverklaring onterecht was aangenomen en de zaak had moeten terugverwijzen, faalt. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat bij juiste betekening van de dagvaarding geen uitzondering op de hoofdregel van art. 423 Sv Pro geldt. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verstekvonnis blijft in stand.