1) In cassatie zijn de volgende feiten van belang. Verweerster in cassatie onder 2, Gooi- en Eemland B.V. (hierna Gooi- en Eemland), is een advies- en bemiddelingskantoor. Op naam van Gooi- en Eemland zijn op 27 mei 1992 bij het filiaal van eiseres tot cassatie, ING Bank N.V. (hierna: ING), aan de Daalsesingel te Utrecht twee rekeningen (een guldensrekening en een dollarrekening) geopend. Op de desbetreffende handtekeningenkaarten zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] vermeld als tot tekenen gerechtigde personen.
ING heeft in mei 1993 aan Gooi- en Eemland een kredietfaciliteit verleed tot een maximum van ƒ 1.600.000,- plus rente en kosten. Dit krediet is in rekening-courant geregistreerd op de guldensrekening. Uit een afschrift van de guldensrekening van 22 september 1993 blijkt dat Gooi- en Eemland op 20 september 1993 een bedrag van
ƒ 1.647.772,62 aan ING schuldig was.
In de loop van 1993 is een overeenkomst gesloten tussen Gooi- en Eemland, vertegenwoordigd door [betrokkene 1], en Brockle Investments (hierna: Brockle), vertegenwoordigd door [betrokkene 3] en [betrokkene 4]. In het kader van die overeenkomst zou Brockle een bedrag van ƒ 280.000,- storten op de dollarrekening van Gooi- en Eemland bij ING. Brockle heeft dit bedrag geleend van verweerster in cassatie onder 1, Elector Clerkenwell B.V. (hierna: Elector).
Bij fax van 15 september 1993 heeft de ABN-AMRO Bank aan Elector en aan ING laten weten dat zij op die dag in opdracht van Elector een bedrag van ƒ 280.000,- heeft overgemaakt "per spoed swift" naar de dollarrekening van Gooi- en Eemland bij ING.
Op 16 september 1993 heeft ten kantore van ING Utrecht een bespreking plaats gehad tussen [betrokkene 1], [betrokkene 3] en [betrokkene 4], alsmede [betrokkene 5] en [betrokkene 6] van ING. De plannen tot samenwerking tussen Gooi- en Eemland en Brockle zijn daar aan de orde gekomen. Op de handtekeningenkaart van de dollarrekening van Gooi- en Eemland is toen aangetekend dat voor opdrachten van die rekening tevens een handtekening is vereist van [betrokkene 3] of [betrokkene 4], tezamen met [betrokkene 1] of [betrokkene 2]. Van de zijde van Gooi- en Eemland en Brockle is tijdens genoemde bespreking geïnformeerd of de spoedoverboeking van Elector naar de dollarrekening van Gooi- en Eemland al bij de ING was binnengekomen. Dit bleek niet het geval.
Op 21 september 1993 is het bedrag van ƒ 280.000,- binnengekomen bij ING. Bovengenoemd afschrift van de guldensrekening van Gooi- en Eemland geeft aan dat op 22 september 1993 een bedrag van ƒ 280.000,- ten gunste van die rekening is geboekt. Aan Gooi- en Eemland wordt terzake een bedrag van ƒ 160,- (ƒ 150,- transferprovisie en ƒ 10,- toeslag spoed) in rekening gebracht. Door deze mutaties vermindert de schuld van Gooi- en Eemland aan ING van een bedrag van ƒ 1.647.772,62 op 20 september 1993 tot ƒ 1.367.932,62 op 22 september 1993.
Per 24 januari 1994 heeft Elector de lening aan Brockle opgezegd. Op 15 november 1994 is een overeenkomst tussen Brockle en Elector gesloten waarbij Brockle haar vorderingen op ING, Gooi- en Eemland en [betrokkene 1] ter zake van de schade die Brockle heeft geleden doordat het bedrag van ƒ 280.000,- op de guldensrekening van Gooi- en Eemland en niet op de dollarrekening is gestort, overdraagt aan Elector. Deze overdracht is medegedeeld aan ING, Gooi- en Eemland en [betrokkene 1].