ECLI:NL:PHR:2002:AE2108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk belemmeren van ontruiming ondanks vooraf vastkettende actie
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor het opzettelijk belemmeren van een ambtshandeling, namelijk de ontruiming van een woning in verband met de aanleg van de Betuwelijn. Verdachte had zich voorafgaand aan de ontruiming vastgeketend in de kelder van het pand. Hij voerde aan dat dit handelen geen belemmering vormde omdat het gebeurde voordat de deurwaarder en politie arriveerden.
De Hoge Raad oordeelde dat art. 184 Sr Pro belemmering van een reeds ondernomen ambtshandeling beoogt en niet het creëren van een toestand voorafgaand aan die handeling. Echter, het vooraf creëren van een belemmerende situatie die de uitvoering van de ambtshandeling bemoeilijkt zodra deze begint, valt wel onder het strafbare feit. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het handelen van verdachte een belemmering vormde toen de ontruiming daadwerkelijk werd uitgevoerd.
Verder verwierp de Hoge Raad het beroep op materiële wederrechtelijkheid en overmacht, omdat verdachte niet kon worden vrijgesteld op grond van zijn innerlijke overtuiging of psychische overmacht. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het hof voldoende had onderzocht dat de vrijspraak in een vergelijkbare zaak niet op dezelfde gronden kon worden toegepast. De cassatiemiddelen werden verworpen en de veroordeling bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het opzettelijk belemmeren van een ambtshandeling en verwerpt het cassatieberoep.