ECLI:NL:PHR:2002:AE2124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vaste aanneemsom in bouwcontract en verwerpt regieovereenkomst
In deze zaak stond centraal of tussen partijen een aannemingsovereenkomst met een vaste aanneemsom was gesloten of een regieovereenkomst waarbij betaling geschiedt naar gebruikte materialen en bestede tijd. De bouw begon in 1993 en er ontstond discussie over de betaling van een zevende voorschotnota. Verweerder betaalde leveranciers rechtstreeks, wat hij als verrekening met de voorschotnota aanvoerde. Eiser stelde dat sprake was van een regieovereenkomst en vorderde ontbinding en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een vaste aanneemsom en wees de vordering van eiser af, terwijl de reconventionele vordering van verweerder werd toegewezen. Het hof onderschreef dit oordeel en verwierp het bewijsaanbod van eiser. In cassatie werd betoogd dat het hof de bewijslast verkeerd had verdeeld en onvoldoende had onderzocht of sprake was van een regieovereenkomst.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof op juiste wijze de feiten heeft gewogen en dat het oordeel dat sprake is van een vaste aanneemsom niet in cassatie kan worden getoetst. Ook het verrekeningsverweer van verweerder werd terecht aanvaard. Het bewijsaanbod van eiser werd terecht als onvoldoende duidelijk beoordeeld. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof bevestigt de vaste aanneemsom en het verrekeningsverweer van verweerder.