ECLI:NL:PHR:2002:AE2254
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg remittance-bepaling in belastingverdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk inzake dividenden uit aanmerkelijk belang
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 27, lid 1, van het belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk, de zogenaamde remittance-bepaling. Belanghebbende, een inwoner van het VK met de fiscale status 'non-domiciled resident', ontving in 1997 een dividend van een Nederlandse vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang had. Hoewel Nederlandse dividendbelasting werd ingehouden, werd het netto dividend niet naar het VK overgemaakt en was het daar niet belast.
De centrale vraag was of het dividend onder de remittance-bepaling viel, die bepaalt dat belastingvermindering in Nederland alleen geldt voor het deel van de inkomsten dat naar het VK is overgemaakt of daar is ontvangen. Het hof had geoordeeld dat dividenden als 'inkomsten' in de zin van het verdrag moeten worden beschouwd, ook als zij uit aanmerkelijk belang voortkomen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de remittance-bepaling ook geldt bij volledige vrijstelling van Nederlandse belasting. De tekst, de verdragsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie ondersteunen dat dividenden uit aanmerkelijk belang onder de term 'welke inkomsten dan ook' vallen. Het cassatiemiddel van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatiemiddel ongegrond en bevestigt dat dividenden uit aanmerkelijk belang onder de remittance-bepaling van artikel 27 lid 1 van het belastingverdrag vallen.