ECLI:NL:PHR:2002:AE2338
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Waardering en schadevergoeding aandelen in Tunesische vennootschap na onrechtmatige overdracht
De zaak betreft een geschil tussen Walmaro BV en de curator van Faros BV over de waardering van aandelen in de Tunesische vennootschap Conserverie Moderne de Joumine (Joumine). Walmaro stelt dat de curator onrechtmatig heeft gehandeld door zonder overleg een akte te accorderen, waardoor zij schade heeft geleden door het verlies van de aandelen.
De procedure kent een lange voorgeschiedenis met diverse vonnissen en tussenarresten. Het hof heeft uiteindelijk de vordering van Walmaro toegewezen en de zaak verwezen voor schadestaatbepaling. Walmaro vordert een schadevergoeding van ruim 1,3 miljoen gulden, inclusief wettelijke rente vanaf 1997.
De Hoge Raad behandelt in het principaal cassatieberoep onder meer de waardering van de aandelen, waarbij het hof de schade ex aequo et bono begrootte op basis van een prijs van 15.000 Tunesische Dinars. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht geen deskundige benoemde wegens gebrek aan betrouwbare gegevens en dat de schatting niet onbegrijpelijk is. In het incidenteel cassatieberoep wordt geoordeeld dat de wettelijke rente pas vanaf 16 september 1997 verschuldigd is, omdat de vordering op dat moment uitdrukkelijk is gevorderd, conform art. 1286 lid 3 BW Pro (oud).
Uitkomst: Het principaal cassatieberoep wordt verworpen, het incidenteel cassatieberoep gegrond verklaard en de wettelijke rente wordt vastgesteld vanaf 16 september 1997.