ECLI:NL:PHR:2002:AE2377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en exoneratie bij gebrekkige koelinstallatie en herstelverplichting
In deze zaak gaat het om een geschil tussen eisers en KBB B.V. over de levering en werking van een koelinstallatie die aanvankelijk niet goed functioneerde, met name door onvoldoende ontdooien van de verdampers. Eisers kochten de installatie in januari 1992, die in september 1992 werd geplaatst. Direct daarna ontstonden klachten over de werking, waarna na veel pogingen en tussenkomst van de leverancier de installatie vanaf juni 1993 naar behoren functioneerde.
Eisers vorderden schadevergoeding wegens het niet voldoen aan de overeenkomst, inadequate en te late reactie op klachten en onjuist advies. KBB beriep zich op een exoneratiebeding in haar leveringsvoorwaarden. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof Den Bosch oordeelde dat KBB aansprakelijk was voor schade door late reparatie, waarbij eisers mede-aansprakelijk werden gehouden voor een derde van de schade.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof vanwege onjuiste motivering en procesrechtelijke fouten, met name dat het hof een verweer van KBB buiten de rechtsstrijd heeft gebracht en dat de uitleg van het exoneratiebeding onjuist was. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem voor nieuwe beoordeling, waarbij ook de schadeverdeling en het exoneratiebeding opnieuw moeten worden onderzocht.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Den Bosch en verwijst zaak terug naar hof Arnhem voor herbeoordeling exoneratiebeding en schadeverdeling.