ECLI:NL:PHR:2002:AE2508
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn van schuldenaar
De schuldenaar werd aanvankelijk onder een definitieve schuldsaneringsregeling geplaatst. De bewindvoerder verzocht echter de regeling te beëindigen op grond van niet-naleving van fiscale verplichtingen en onverklaarde kasverschillen. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de tekortkomingen niet tijdens de regeling waren vastgesteld.
Het hof vernietigde dit vonnis en beëindigde de regeling, stellende dat de schuldenaar niet te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van de schulden. Het hof oordeelde dat de beëindigingsgronden van art. 350 lid 3 sub c en Pro e Fw ook zien op gedragingen voorafgaand aan de regeling en dat de rechter de regeling tussentijds kan beëindigen indien later blijkt dat de schuldenaar niet te goeder trouw was.
De schuldenaar stelde cassatie in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verwierp alle middelen. De Hoge Raad bevestigde dat de informatieplicht van de schuldenaar ruim is en niet beperkt tot evident frauduleuze handelingen. Ook is tussentijdse beëindiging mogelijk indien kwade trouw pas later aan het licht komt. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat geen procesrechtelijke fouten waren gemaakt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn van de schuldenaar.