ECLI:NL:PHR:2002:AE2881
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bestuurdersaansprakelijkheid en meldingsplicht betalingsonmacht volgens Invorderingswet 1990
Deze zaak betreft de bestuurdersaansprakelijkheid van [eiser] voor niet-betaalde loon- en omzetbelasting van [C B.V.], een vennootschap in faillissement. De kernvraag is of [eiser] als beleidsbepaler kan worden aangemerkt als bestuurder in de zin van art. 36 Invorderingswet Pro 1990 en of de vennootschap tijdig en correct melding heeft gedaan van betalingsonmacht.
De rechtbank en het hof oordeelden dat [eiser] het beleid van [C B.V.] (mede) bepaalde en zich als bestuurder gedroeg, ondanks dat formeel Delta Europe NV als bestuurder was geregistreerd. Dit oordeel is gebaseerd op diverse feiten, waaronder het aandeelhouderschap, het indienen van belastingaangiften en het melden van betalingsmoeilijkheden namens de vennootschap. Het hof verwierp het bewijsaanbod van [eiser] dat hij slechts opdrachten uitvoerde.
Ten aanzien van de meldingsplicht oordeelde de Hoge Raad dat de brief van 31 oktober 1991, waarin sprake was van 'betalingsmoeilijkheden', niet kan worden aangemerkt als een tijdige en volledige melding van betalingsonmacht zoals vereist in art. 36 lid 2 Invorderingswet Pro 1990. De ontvanger was niet verplicht om de vennootschap nader te informeren over de gevolgen van de meldingsregeling. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van [eiser] wordt verworpen; hij wordt aansprakelijk gehouden als feitelijk bestuurder voor de belastingschulden van [C B.V.] wegens onbehoorlijk bestuur en niet-naleving van de meldingsplicht.