ECLI:NL:PHR:2002:AE3379
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid ontslag op staande voet wegens ongewenst gedrag beveiligingsbeambte
De zaak betreft een beveiligingsbeambte die in dienst was bij Fino Bewaking B.V. op basis van een contract voor bepaalde tijd, gevolgd door een afroepcontract. Op 8 april 1997 werd het afroepcontract door Fino beëindigd wegens gedragingen van de werknemer, waaronder herhaaldelijk ongewenst lichamelijk contact en onzedelijke opmerkingen jegens een vrouwelijke collega.
De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen voldoende reden vormden voor een onverwijlde beëindiging van het dienstverband, ongeacht het type contract. Getuigenverklaringen bevestigden de aantijgingen, ondanks enkele tegenstrijdigheden, die niet relevant werden geacht. De werknemer stelde in hoger beroep dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat de feiten onvoldoende waren onderzocht.
De rechtbank bevestigde het oordeel van de kantonrechter en wees de klachten af, waarbij werd overwogen dat de werknemer in hoger beroep alsnog zijn recht op hoor en wederhoor had kunnen effectueren. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht het bewijs heeft gewogen, dat de uitleg van het tussenvonnis begrijpelijk is en dat de procedure correct is gevolgd. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het ontslag op staande voet rechtsgeldig blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag op staande voet wordt bevestigd als rechtsgeldig.