ECLI:NL:PHR:2002:AE3572
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens boete onder vijfhonderd gulden
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een geldboete van 250 gulden, subsidiair vijf dagen hechtenis. De zaak speelde na de inwerkingtreding van een wetswijziging die het cassatieberoep tegen arresten betreffende overtredingen met een geldboete tot vijfhonderd gulden uitsluit.
De raadsman van verdachte stelde dat vanwege de korte tijd tussen de inwerkingtreding van de wet en de terechtzitting op 5 oktober 2000, de verdachte niet redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van deze wijziging. Hierdoor zou een uitzondering op de uitsluiting van cassatieberoep mogelijk moeten zijn.
De Hoge Raad verwierp dit betoog omdat de wet geen ruimte biedt voor uitzonderingen en omdat de verdachte werd bijgestaan door twee advocaten die geacht konden worden van de wetswijziging op de hoogte te zijn. De Hoge Raad verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens een boete lager dan vijfhonderd gulden.