ECLI:NL:PHR:2002:AE3576
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens boete onder vijfhonderd gulden
Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een geldboete van 250 gulden of subsidiair vijf dagen hechtenis. De zaak betreft een arrest van 19 oktober 2000, na de inwerkingtreding van een wetswijziging die het cassatieberoep tegen dergelijke boetes uitsluit.
Verdachte stelde twee middelen van cassatie voor, maar de Hoge Raad kwam niet toe aan inhoudelijke behandeling omdat het beroep niet-ontvankelijk is. De wetswijziging, die sinds 1 oktober 2000 van kracht is, sluit cassatieberoep uit tegen arresten waarin uitsluitend een boete van maximaal vijfhonderd gulden is opgelegd.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet op de hoogte kon zijn van de wetswijziging vanwege de korte tijd tussen inwerkingtreding en zitting, maar dit werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de wet geen uitzonderingen toestaat en dat verdachte bovendien werd bijgestaan door twee advocaten die op de hoogte hadden moeten zijn van de wijziging.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens uitsluiting van cassatie tegen boetes onder vijfhonderd gulden.