ECLI:NL:PHR:2002:AE3784
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij medische aansprakelijkheid wegens ulnarisletsel na ziekenhuisopname
In deze zaak vordert een architect, na een spoedoperatie en langdurige intensive care opname, een verklaring voor recht dat het ziekenhuis aansprakelijk is voor ulnarisletsel aan zijn linkerhand, dat tijdens de opname zou zijn ontstaan. Het ziekenhuis betwist aansprakelijkheid en stelt dat het letsel niet het gevolg is van een tekortkoming van haar zijde.
De rechtbank keerde de bewijslast om en stelde het ziekenhuis aansprakelijk, maar het gerechtshof corrigeerde dit en oordeelde dat de bewijslast bij de patiënt blijft rusten, mede omdat het ziekenhuis het medisch dossier aan de patiënt had verstrekt. De Hoge Raad bevestigt dat de bewijslast in beginsel bij de patiënt ligt, maar dat het ziekenhuis zijn verweer zodanig moet motiveren dat het de patiënt aanknopingspunten biedt voor bewijslevering.
De Hoge Raad wijst klachten over onvolledigheid van het medisch dossier af omdat de patiënt niet heeft gesteld dat hij specifieke gegevens heeft opgevraagd die het ziekenhuis heeft geweigerd te verstrekken. Ook is onvoldoende gebleken dat het tijdsverloop tussen het letsel en de aansprakelijkstelling invloed heeft op de bewijslastverdeling. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.