ECLI:NL:PHR:2002:AE4037
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt duurzame ontwrichting huwelijk als grond voor echtscheiding
De vrouw en de man zijn sinds 1968 gehuwd. De man verzocht de rechtbank Arnhem om echtscheiding wegens duurzame ontwrichting, wat de vrouw betwistte. De rechtbank stelde vast dat het huwelijk duurzaam ontwricht was en sprak de echtscheiding uit. De vrouw ging in hoger beroep, maar het gerechtshof Arnhem bekrachtigde het vonnis, stellende dat partijen al ruim twee jaar gescheiden leven en de man niet wenst de samenleving te hervatten.
De vrouw stelde in cassatie diverse klachten, waaronder dat de man geen regeling voor de gevolgen van echtscheiding had voorgesteld, dat het hof onvoldoende onderzoek deed naar verzoeningsmogelijkheden en de geloofsovertuiging die echtscheiding zou belemmeren. Ook voerde zij aan dat sinds de wet van 31 mei 2001 de samenwoning niet langer verplicht is, waardoor echtscheiding niet noodzakelijk zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat het huwelijk duurzaam ontwricht is, gegrond is gezien het langdurige gescheiden leven en de weigering van de man tot samenwoning. De klachten over het ontbreken van voorstellen tot regeling en het onderzoek naar verzoening werden verworpen, evenals de stelling over de geloofsovertuiging. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de echtscheiding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en verwerpt het cassatieberoep van de vrouw.