ECLI:NL:PHR:2002:AE4038
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Fiscale aftrekbaarheid van door gemeente verhaalde bijstand voor minderjarige kinderen
In deze zaak stond centraal of de door de gemeente Groningen op verzoeker verhaalde bijstand, verstrekt ten behoeve van zijn twee minderjarige kinderen, als persoonlijke verplichting volledig fiscaal aftrekbaar is. De gemeente had een verhaalsbijdrage vastgesteld van fl. 1.020,- per maand vanaf juni 1999, welke verzoeker niet betaalde, waarna de gemeente verhaal in rechte zocht.
Het hof had geoordeeld dat de verhaalde bijstand fiscaal volledig aftrekbaar was en stelde de draagkracht van verzoeker vast op fl. 454,- per maand, waarvan fl. 272,- beschikbaar was voor de verhaalsbijdrage. Het hof bepaalde het te betalen bedrag op fl. 390,- per maand inclusief fiscaal voordeel. Verzoeker stelde cassatie in tegen deze fiscale aftrekbaarheid.
De Hoge Raad stelde vast dat op grond van art. 45 lid 1 onder Pro e Wet IB 1964 verhaalde kosten van bijstand voor minderjarige kinderen niet als persoonlijke verplichtingen fiscaal aftrekbaar zijn. Wel kunnen uitgaven voor levensonderhoud van kinderen als buitengewone lasten onder voorwaarden fiscaal in aanmerking worden genomen. De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het hof voor zover dit betrekking had op juni 1999 en stelde het verhaalsbedrag voor die maand vast op fl. 272,-. De zaak werd afgedaan met deze correctie, waardoor het totale te verhalen bedrag op fl. 6.512,- kwam.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel over fiscale aftrekbaarheid en stelt het verhaalsbedrag voor juni 1999 vast op fl. 272,- per maand.