ECLI:NL:PHR:2002:AE4087
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt koopovereenkomst ondanks beroep op dwaling en bedrog bij onroerend goed
In deze zaak stond centraal of tussen partijen een koopovereenkomst tot stand was gekomen omtrent een onroerende zaak, en of het beroep op dwaling en bedrog door eiser terecht was. Verweerster had eiser gedagvaard om hem te veroordelen tot ondertekening van de koopovereenkomst en medewerking aan eigendomsoverdracht tegen betaling van de koopsom.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de brief van betrokkene een onherroepelijk aanbod inhield dat door eiser binnen de termijn was aanvaard, waardoor een koopovereenkomst tot stand kwam. Het hof stelde dat de bespreking van 21 april 2000 geen ruimte liet voor onderhandelingen, en dat eiser als deskundige het risico had aanvaard dat het pand met lasten zou worden geleverd.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiser. De klachten over het ontbreken van wilsovereenstemming, de informatieplicht van verweerster, en het oordeel over het risico van lasten op het pand worden ongegrond verklaard. Het hof heeft volgens de Hoge Raad geen onjuiste rechtsopvatting gegeven en de beslissing is niet onbegrijpelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen en het beroep op dwaling faalt.