ECLI:NL:PHR:2002:AE4187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op overmacht bij rijden onder invloed
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens rijden onder invloed van alcohol op 5 juli 2000. Hij kreeg een geldboete van 1.500 gulden, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een rijontzegging van negen maanden opgelegd.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat niet alle processtukken aan zijn raadsman waren toegezonden en dat het hof het beroep op overmacht onvoldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelde dat de ontbrekende stukken wel in het dossier zaten en aan de raadsman waren toegezonden. Het hof had het beroep op overmacht terecht verworpen omdat het verhaal van de verdachte niet aannemelijk was en niet werd ondersteund door bewijs.
Verder stelde de verdachte dat de strafmotivering onvoldoende was, maar de Hoge Raad stelde dat het hof niet verplicht was om in hoger beroep de strafmotivering uit eerste aanleg te herhalen en dat de opgelegde straf lager was dan in eerste aanleg. De middelen faalden en de Hoge Raad bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling tot een geldboete, subsidiaire hechtenis en rijontzegging wegens rijden onder invloed en verwierp het beroep op overmacht.