ECLI:NL:PHR:2002:AE4197
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring zware mishandeling ondanks discussie over letsel en toerekeningsvatbaarheid
Verzoeker werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor zware mishandeling en poging tot doodslag met een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk. Het hof stelde vast dat verzoeker het slachtoffer op 15 juni 1997 meerdere malen met vuisten tegen het hoofd sloeg, wat resulteerde in een gebroken neus en gescheurde bovenlip.
In cassatie werd betwist of het letsel als zwaar lichamelijk letsel kon worden aangemerkt, mede vanwege discussie over een medisch faxrapport. De Hoge Raad oordeelde dat het letsel, gelet op de noodzaak van twee neuscorrecties onder narcose, voldoende zwaar was volgens de jurisprudentie, en dat het hof zijn bewezenverklaring niet zonder meer had gemotiveerd maar dit niet tot cassatie mocht leiden.
Daarnaast werd betoogd dat verzoeker verminderd toerekeningsvatbaar zou zijn vanwege een psychiatrisch rapport. De Hoge Raad benadrukte dat het oordeel over toerekeningsvatbaarheid een feitelijk oordeel van de rechter is dat in cassatie niet kan worden herzien, en dat het hof terecht geen strafuitsluitingsgrond aannam.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het hofarrest, waarmee de veroordeling van verzoeker in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor zware mishandeling en poging tot doodslag en verwerpt het cassatieberoep.