ECLI:NL:PHR:2002:AE4358
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verzuim zonder ingebrekestelling en fatale termijn bij bouw destillatietoren
In deze zaak draait het om de vraag of eiseres in verzuim is geraakt zonder dat verweersters haar in gebreke hebben gesteld, en of de gestelde termijn als fatale termijn in de zin van art. 6:83 BW Pro kan worden beschouwd.
Eiseres was verantwoordelijk voor de bouw van een destillatietoren die lekkages vertoonde. Na herhaalde klachten en correspondentie stelde verweerster 1 een termijn tot 27 januari 1996 voor het oplossen van de lekkages. Eiseres bevestigde deze termijn en gaf een garantieverklaring af. Desondanks traden op 11 april 1996 opnieuw lekkages op.
De rechtbank wees de vorderingen van eiseres toe, maar wees de ontbinding en schadevergoeding af. Het hof vernietigde dit vonnis deels, oordeelde dat eiseres in verzuim was zonder ingebrekestelling omdat een fatale termijn was gesteld en ontbond de overeenkomst. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat een fatale termijn kan worden gesteld door een verklaring van de schuldeiser, mits dit redelijk en billijk is, en dat verzuim daardoor intreedt zonder ingebrekestelling. De klachten van eiseres worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat verzuim kan intreden zonder ingebrekestelling bij het verstrijken van een fatale termijn.