ECLI:NL:PHR:2002:AE4549

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/133HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:379 BWArt. 1:380 BWArt. 1:383 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake provisionele bewindvoering

Op 21 juni 2001 diende een familielid van verweerster een verzoekschrift in tot ondercuratelestelling en benoeming van een provisioneel bewindvoerder. De rechtbank benoemde verzoeker tot provisioneel bewindvoerder. Verweerster ging in hoger beroep, waarbij het hof de beschikking van de rechtbank vernietigde en het verzoek afwees omdat de verzoeker geen bevoegd familielid was volgens de wet.

Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het oordeel van het hof. Kort daarna sprak de rechtbank een curatele uit over verweerster en benoemde een andere persoon tot curator. Volgens artikel 1:383 lid 4 BW Pro eindigt het provisioneel bewind automatisch bij de benoeming van een curator.

De Hoge Raad oordeelde dat verzoeker geen belang meer had bij het cassatieberoep omdat het provisioneel bewind was geëindigd. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Conclusie

Rekest nr. R01/133
Mr. J. K. Moltmaker
Benoeming provisioneel bewindvoerder
Parket, 21 juni 2002
Conclusie inzake
[Verzoeker]
tegen
[Verweerster]
Edelhoogachtbaar college,
1 Feiten en procesgang
1.1 Op 21 juni 2001 heeft [betrokkene 2] bij de rechtbank te Amsterdam een verzoekschrift ingediend tot ondercuratelestelling van verweerster in cassatie ([verweerster]) en benoeming van een provisioneel bewindvoerder op de voet van art. 1:380 BW Pro. [Betrokkene 2] is een zoon van een vooroverleden neef van [verweerster].
1.2 De rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2001 verzoeker tot cassatie ([verzoeker]) benoemd tot provisioneel bewindvoerder.
1.3 [Verweerster] is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Amsterdam. Zij heeft verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en zo nodig opnieuw rechtdoende [betrokkene 1] te benoemen tot provisioneel bewindvoerder. [Verzoeker] heeft een verweerschrift ingediend.
1.4 Het hof heeft bij beschikking van 22 november 2001 de beschikking van de rechtbank vernietigd en heeft het inleidend verzoek, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, alsnog afgewezen. Het hof heeft daartoe in rov. 2.7 en 2.8 overwogen dat [betrokkene 2] vijfdegraads familielid is van [verweerster] en derhalve ingevolge 1:379 BW niet behoorde tot de personen die de curatele konden verzoeken.
1.5 [Verzoeker] heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen deze beschikking van het hof. [Verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid in cassatie
2.1 De rechtbank te Amsterdam heeft bij beschikking van 5 december 2001 de curatele uitgesproken over [verweerster] met benoeming van [betrokkene 1] tot curator. Ingevolge art. 1:383, vierde lid, BW eindigt het provisioneel bewind daags na de beslissing houdende benoeming van een curator. Dat betekent dat [verzoeker] geen belang heeft bij zijn cassatieberoep, zodat hij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.
3 Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in zijn beroep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden