ECLI:NL:PHR:2002:AE4796
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omzetbelasting en aftrek voorbelasting bij verwerking zilverhoudende afvalstoffen door ziekenhuizen
Belanghebbende, een onderneming die fotografische afvalstoffen verwerkt, sloot overeenkomsten met ziekenhuizen waarbij zij een vergoeding gaf voor de zilver in het afval. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat belanghebbende omzetbelasting had moeten voldoen over de vergoedingen aan ziekenhuizen. Het Hof oordeelde dat de overdracht van afvalstoffen door ziekenhuizen geen levering was, maar slechts een dienst van belanghebbende aan de ziekenhuizen, waardoor de omzetbelasting niet aftrekbaar was.
De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en stelde dat de overdracht van zilverhoudende afvalstoffen door ziekenhuizen wel een zelfstandige, belaste levering is. De verwerkingsdienst van belanghebbende wordt mede gebezigd ten behoeve van deze belaste levering, maar ook ten behoeve van vrijgestelde medische prestaties. Daarom moet de voorbelasting gesplitst worden in een aftrekbaar deel (voor de belaste levering) en een niet-aftrekbaar deel (voor de vrijgestelde prestaties).
De Hoge Raad benadrukte dat het begrip 'bezigen ten behoeve van' ruim moet worden uitgelegd en dat het economische motief en de waarde van het zilver in het afval relevant zijn. De uitspraak leidt tot verwijzing naar een ander hof voor verdere afhandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met de uitleg dat de overdracht van zilverhoudende afvalstoffen een belaste levering is en dat de voorbelasting gesplitst moet worden.