ECLI:NL:PHR:2002:AE4811
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over BPM-heffing gebruikte ingevoerde personenauto's wegens strijd met art. 95 EG-Verdrag
Belanghebbende, een handelaar in gebruikte personenauto's, maakte bezwaar tegen de BPM-heffing over ingevoerde auto's jonger dan twee jaar. Het Hof Leeuwarden oordeelde dat de wettelijke afschrijvingsregeling van de Wet BPM 1992 in strijd is met art. 95 EG Pro-Verdrag omdat zij niet voldoende rekening houdt met de werkelijke waardevermindering, waardoor ingevoerde gebruikte voertuigen fiscaal worden gediscrimineerd. Het Hof verleende teruggave van een deel van de betaalde BPM.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel, waarbij de Hoge Raad bevestigde dat de lineaire afschrijvingsregeling niet voldoet aan het Europese recht en dat het Hof terecht de regeling onverenigbaar achtte. Echter, de Hoge Raad vond dat het Hof ten onrechte de gehele wettelijke regeling buiten toepassing had gelaten en dat de vermindering van de heffingsgrondslag per voertuig concreet moet worden vastgesteld.
De Hoge Raad benadrukte dat het Europese recht vereist dat de BPM-heffing op ingevoerde gebruikte voertuigen niet hoger mag zijn dan op vergelijkbare binnenlandse voertuigen en dat de belastingplichtige de mogelijkheid moet hebben om de toegepaste waarderingsmethode aan te vechten. De zaak wordt terugverwezen naar een ander gerechtshof om per auto de juiste vermindering vast te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met de werkelijke waardevermindering volgens een meer nauwkeurige, degressieve afschrijving.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat de BPM-heffing niet in strijd is met andere Europese richtlijnen zoals de Zesde BTW-richtlijn, de Accijnsrichtlijn 92/12 en de Notificatierichtlijn 83/189. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het beroep gegrond is, het arrest van het Hof vernietigd wordt voor zover het teruggave verleent, en de zaak wordt verwezen voor nadere beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd voor zover teruggave is verleend en de zaak wordt terugverwezen voor concrete waardebepaling per auto.