ECLI:NL:PHR:2002:AE5805
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toekenning van het ouderlijk gezag aan één ouder na echtscheiding wegens slechte communicatie
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het ouderlijk gezag en kinderalimentatie na hun echtscheiding. De rechtbank had kinderalimentatie vastgesteld en verzoeken om alleen met het gezag belast te worden afgewezen. Het hof vernietigde deze beslissingen en kende het gezag toe aan de moeder, mede vanwege de slechte communicatie tussen ouders die het gezamenlijke gezag belemmerde en het emotioneel kwetsbare belang van de kinderen.
De vader stelde cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het belang van de kinderen leidend is bij de toekenning van het gezag. De slechte communicatie tussen ouders en het risico dat de kinderen daardoor klem of verloren zouden raken, rechtvaardigde het toekennen van het gezag aan één ouder. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht de draagkracht van de vader had vastgesteld en dat er geen sprake was van een onherstelbare inkomensvermindering.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde dat het hof zijn oordeel op juiste gronden had gebaseerd, waaronder rapportages van deskundigen en de waarnemingen tijdens de mondelinge behandeling. De beslissing draagt bij aan de jurisprudentie over het belang van het kind en de voorwaarden voor het beëindigen van gezamenlijk gezag na echtscheiding.
Uitkomst: Het gezag wordt aan de moeder toegekend en de vader moet kinderalimentatie betalen.