3. Eind augustus 1999 zou verdachtes dochter, [betrokkene 1], door een vriend van haar, [slachtoffer 1], gedwongen zijn met hem naar Turkije te gaan. Haar ouders hebben haar daar korte tijd later opgehaald. De verdachte nam het zijn zoon, [...], kwalijk dat hij niet goed op zijn zuster had gelet en droeg zijn zoon op om te achterhalen wie haar had ontvoerd, anders mocht hij het huis niet meer in. De verdachte wist niet hoe hij zich binnen de Turkse gemeenschap moest gedragen. Hij schaamde zich voor het gedrag van zijn dochter en was boos. Hij sprak er regelmatig over dat er iets tegen [slachtoffer 1] moest worden ondernomen. Ook [de zoon] sprak daarover tegenover vrienden.
Na enige weken werd het wat rustiger tot [slachtoffer 1] weer contact opnam met de dochter van verdachte [betrokkene 1] en duidelijk maakte dat hij vond dat zij met hem verder moest gaan, anders zou hij het leven van haar en haar familie zuur maken. Verdachte was daar heel boos over en zei dat hij [slachtoffer 1] iets aan wilde doen. Dat was omstreeks eind oktober 1999. Toen [de zoon] in een shoarmazaak [slachtoffer 1] had gezien en hij dit bij thuiskomst aan de verdachte vertelde, verweet deze hem dat hij dit niet meteen had doorgebeld. De verdachte is toen met zijn zoon en dochter naar de shoarmazaak gereden om te controleren of [slachtoffer 1] daar nog aanwezig was, hetgeen niet het geval was. De verdachte was boos op zijn zoon en zei hem dat hij naar [slachtoffer 1] moest blijven zoeken.
Op dinsdag 7 december 1999 in het begin van de middag zag [de zoon] [slachtoffer 1] in de aula van de school "De Leijgraaf" te Veghel. Hij is naar huis gegaan en heeft de verdachte op zijn werk gebeld. De verdachte is met een van een klant geleende auto naar huis gegaan en is vervolgens met zijn zoon en dochter naar de school gereden. De verdachte verweet zijn zoon dat hij sinds de ontvoering al twee keer niets had gedaan toen hij [slachtoffer 1] had gezien en zei dat hij bij een derde keer zijn zoon iets zou aandoen.
De verdachte heeft de auto voor de hoofdingang van de school geparkeerd en [de zoon] de opdracht gegeven te kijken of [slachtoffer 1] nog in de aula aanwezig was. Dit bleek het geval te zijn en [de zoon] is toen weer in de auto gestapt. [Slachtoffer 1] liep op dat moment naar buiten, maar is meteen weer naar binnen gegaan toen hij de auto zag, omdat hij dacht dat de familie van [betrokkene 1] daarin zat. Toen [slachtoffer 1] naar buiten kwam heeft de verdachte aan zijn dochter gevraagd of de jongen die de school uit liep inderdaad [slachtoffer 1] was, hetgeen zij bevestigde. De verdachte vroeg [de zoon] waarom hij niets had gedaan toen hij [slachtoffer 1] in de aula had gezien. Vervolgens zei de verdachte tegen [de zoon] dat hij [slachtoffer 1] voor diens ogen zou neerschieten als deze weer naar buiten zou komen en toonde een pistool dat hij achter zijn broekriem had zitten. [De zoon] vroeg zijn vader om het pistool, omdat hij niet wilde dat zijn vader naar de gevangenis zou gaan. De verdachte heeft hem het pistool gegeven en hem in vijf minuten uitgelegd hoe het werkte. Hij zei tegen [de zoon] dat indien [de zoon] [slachtoffer 1] niet zou afmaken, hij, verdachte, [de zoon] zou afmaken.
[De zoon] is de school binnen gegaan en is naar [slachtoffer 1] toegelopen. Hij heeft het pistool uit zijn broeksband gehaald en heeft van dichtbij gericht op de naast [slachtoffer 1] staande [slachtoffer 5] geschoten en deze ook geraakt. Laatstgenoemden zijn toen naar het computerlokaal gerend. [De zoon] kwam hen achterna en vuurde op een afstand schoten af op [slachtoffer 1], waarbij naast [slachtoffer 1] nog twee andere leerlingen, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4], en een leerkracht, [slachtoffer 3], die in dat lokaal aanwezig waren, gewond zijn geraakt. Vervolgens heeft [de zoon] [slachtoffer 1] gevolgd naar de aula en toen het pistool leeg was heeft hij de school verlaten. Bij een benzinestation kwam de verdachte hem tegemoet met de auto. [De zoon] is ingestapt en vertelde de verdachte desgevraagd dat hij [slachtoffer 1] geraakt had. De verdachte zei toen: "Oké, het is gebeurd" en is naar het politiebureau gereden.