ECLI:NL:PHR:2002:AE7012
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cassatieprocedure bij verlies hoedanigheid advocaat tijdens procedure
Verzoekster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen vonnissen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Tijdens de procedure is gebleken dat haar advocaat, mr. Koningen, op 15 december 2000 zijn praktijk heeft neergelegd en van het tableau is geschrapt. Hierdoor verloor hij zijn hoedanigheid als advocaat.
De Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba verwijst voor burgerlijke zaken naar de Nederlandse wetgeving, maar bevat geen specifieke regeling voor het verlies van de hoedanigheid van de advocaat tijdens cassatie. De Hoge Raad concludeert daarom dat de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (oud) van toepassing zijn.
Volgens art. 254 lid 4 en Pro art. 256 lid 2 Rv Pro. (oud) wordt het geding geschorst bij het verlies van de betrekking van de procureur, tenzij het geding in staat van wijzen verkeert. Omdat de procedure op 15 december 2000 nog niet in staat van wijzen was, is het cassatiegeding vanaf die datum van rechtswege geschorst.
Verder merkt de conclusie op dat het ontbreken van een procesdossier van verzoekster problematisch is, maar dit doet niet af aan de schorsing van de procedure. De conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad zal verstaan dat de procedure met ingang van 15 december 2000 van rechtswege is geschorst.
Uitkomst: De cassatieprocedure is van rechtswege geschorst vanaf 15 december 2000 vanwege het verlies van de hoedanigheid van de advocaat.