ECLI:NL:PHR:2002:AE7253
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onderhoudsbijdrage na echtscheiding ondanks nieuwe partner vrouw
De zaak betreft een geschil over de hoogte van de onderhoudsbijdrage die de man aan zijn ex-echtgenote moet betalen na hun echtscheiding. De vrouw vorderde een bijdrage van 2.500 gulden per maand, stellende dat zij niet volledig in eigen levensonderhoud kan voorzien. De rechtbank wees dit toe, waarna de man hoger beroep instelde met een lager bedrag als eis.
Het hof stelde de bijdrage vast op 1.364 euro per maand, rekening houdend met het feit dat de vrouw een eenoudergezin vormt en dat haar nieuwe partner geen bijdrage levert in haar kosten. De man stelde in cassatie dat de bijdrage van de nieuwe partner wel in aanmerking genomen moest worden, wat volgens hem de onderhoudsbehoefte van de vrouw zou verminderen.
De Hoge Raad oordeelde dat uit het proces-verbaal blijkt dat de vrouw verklaarde dat haar nieuwe partner niet bijdraagt in haar kosten en dat de man dit niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarom faalt het cassatiemiddel bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het cassatieberoep wordt verworpen zonder dat verdere rechtsvragen hoeven te worden beantwoord.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de onderhoudsbijdrage van 1.364 euro per maand blijft gehandhaafd.