ECLI:NL:PHR:2002:AE7356
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag op grond van het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet kennelijk onredelijk
In deze zaak stond centraal of het ontslag van eiseres vanwege het bereiken van de 65-jarige leeftijd kennelijk onredelijk was en daarmee een verboden leeftijdsdiscriminatie vormde. Eiseres was sinds 1980 in dienst bij verweerster en werd op haar 65e ontslagen zonder dat er sprake was van een contractuele afspraak over een leeftijdsgrens. Zij vorderde een vergoeding wegens kennelijk onredelijke beëindiging van het dienstverband.
De rechtbank en kantonrechter oordeelden dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, mede omdat het beëindigen van het dienstverband bij 65 jaar een algemeen maatschappelijk aanvaarde norm was, ondersteund door pensioen- en arbeidswetgeving. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de maatschappelijke en juridische opvattingen op het moment van het ontslag (1998) niet zodanig waren gewijzigd dat ontslag op grond van de 65-jarige leeftijd niet langer objectief gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad verwees naar parlementaire discussies, Europese richtlijnen en wetsvoorstellen die weliswaar een discussie over leeftijdsdiscriminatie in arbeid aanzwengelden, maar die op het moment van het ontslag nog niet tot een gewijzigde rechtsopvatting hadden geleid. Ook het ontbreken van een aanvullende pensioenvoorziening en het feit dat eiseres zich op de arbeidsmarkt kon begeven, maakten het ontslag niet kennelijk onredelijk. De conclusie van de Advocaat-Generaal was dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het ontslag van eiseres op grond van het bereiken van de 65-jarige leeftijd is niet kennelijk onredelijk en vormt geen verboden leeftijdsdiscriminatie.