2. Tussen partijen staat het volgende vast:
i) Bij schriftelijke overeenkomst van 1 oktober 1977 heeft [eiseres] zich verbonden om aan AGE in erfpacht uit te geven vier gedeelten van een aan haar ([eiseres]) in eigendom toebehorend en in meetbrief 89/1965 beschreven terrein, gelegen aan de [a-straat] in [...], zoals aangegeven op een bij de akte te voegen kaart.
ii) Deze bij de akte te voegen kaart is nimmer vervaardigd. Als gevolg daarvan is de vestiging van het erfpachtrecht op het grootste gedeelte van de in de overeenkomst van 1977 begrepen gronden vele jaren uitgebleven. In de loop der jaren zijn wel enkele kleinere gedeelten, na opmeting, reeds aan AGE uitgegeven (en door haar aan derden overgedragen).
iii) Nadat het gehele in erfpacht over te dragen terrein in meetbrieven was opgenomen en een oplossing bereikt bleek te zijn voor het partijen verdeeld houdende geschilpunt omtrent de ligging van één der volgens de overeenkomst van 1977 door [eiseres] in volle eigendom te behouden perceelsgedeelten (de zogenaamde "bananenplantage") is ten kantore van notaris Speetjens een concept-erfpachtakte opgesteld.
iv) Toen [eiseres] niet bereid bleek medewerking te verlenen aan het passeren van een op basis van die concept-akte op te maken notariële akte heeft AGE in kort geding gevorderd dat [eiseres] daartoe zal worden gedwongen. Bij vonnis in kort geding van 27 november 1990 (KG 2/90) heeft het Gerecht in eerste aanleg [eiseres] bevolen medewerking te verlenen aan de totstandkoming van de notariële akte. Naar aanleiding van het verweer van [eiseres] dat van haar kant aan de vestiging van het erfpachtrecht kan worden meegewerkt vooropgesteld dat haar belangen bij het door haar steeds gemaakte voorbehoud ten aanzien van de bananenplantage en het voor privégebruik bestemde stuk grond zijn gewaarborgd, verwees het Gerecht naar de in de concept-notariële akte vervatte regeling; deze regeling hield in dat het gehele terrein in erfpacht wordt overgedragen en dat AGE daarna het erfpachtrecht ten aanzien van de door [eiseres] bedoelde kavels weer zal prijsgeven ("relinquished") zodra deze kavels deugdelijk zijn uitgemeten.
v) [Eiseres] heeft gevolg gegeven aan het haar gegeven bevel. De erfpachtakte is op 21 december 1990 gepasseerd. Volgens deze akte is het erfpachtrecht gevestigd op een perceel grond groot 140.543 m2, zijnde het restant van perceel meetbrief 89/1965, waarop in mindering gebracht de percelen, eerder in eigendom of erfpacht overgedragen aan AGE of derden, behalve een aantal door [eiseres] in volle eigendom te behouden gedeelten.
vi) [Eiseres] heeft - nadat afwijzend was beslist op een vordering in kort geding - in een bodemprocedure een vordering ingesteld ertoe strekkende dat de erfpachtakte van 21 december 1990 wordt teruggedraaid. Het Gerecht in eerste aanleg heeft deze vordering bij vonnis van 12 januari 1993 afgewezen. Het Gemeenschappelijk Hof heeft dit vonnis bevestigd bij vonnis van 25 juni 1993, daartoe onder meer overwegende:
"... gaat ook het Hof ervan uit dat eind 1990 overeenstemming tussen partijen heeft bestaan omtrent (de grootte van) het oppervlak van het door [eiseres] aan AGE toegezegde en te vestigen erfpachtsrecht. Behoudens bijzondere omstandigheden waarvan het bestaan in dit geding gesteld noch gebleken is, is de vestiging van het erfpachtsrecht op grond van die eertijds bestaande overeenstemming thans onaantastbaar.