ECLI:NL:PHR:2002:AE7703

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00697/02
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 434 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ontbreken bewijsmiddelen in Opiumwetzaak

In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor een overtreding van de Opiumwet tot een gevangenisstraf van twee maanden en de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.

Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Het middel klaagde dat de bestreden uitspraak niet de bewijsmiddelen bevatte. De Hoge Raad ontving alleen het arrest zonder bewijsmiddelen en de akte van cassatie, terwijl het dossier van het hof niet kon worden achterhaald ondanks meerdere pogingen.

Gezien het ontbreken van het dossier kon de Hoge Raad de uitspraak niet inhoudelijk toetsen en kon het arrest niet in stand blijven. De Hoge Raad besloot daarom het arrest te vernietigen en de inleidende dagvaarding nietig te verklaren, omdat een rechter bij verwijzing niet op de grondslag van de tenlastelegging zou kunnen beslissen.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de inleidende dagvaarding nietig verklaard wegens ontbreken van bewijsmiddelen.

Conclusie

Nr. 00697/02
Mr Fokkens
Zitting: 3 september 2002
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens een Opiumwetdelict veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf. Bovendien is de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf gelast.
2. Tegen deze uitspraak heeft verdachte cassatieberoep doen instellen.
3. Namens verdachte hebben mr J.M. Sjöcrona en mr D.V.A. Brouwer, beiden advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt dat de bestreden uitspraak niet de bewijsmiddelen bevat.
5. Aan de Hoge Raad zijn op de voet van art. 434, eerste lid, Sv slechts een arrest zonder bewijsmiddelen en de akte waarbij het cassatieberoep is ingesteld toegezonden. In een begeleidende brief van 7 maart 2002 wordt van de zijde van het Hof medegedeeld dat verschillende pogingen om het dossier te achterhalen zonder resultaat zijn gebleven. Op 9 juli 2002 heb ik telefonisch navraag laten doen bij het Hof en ook toen was het dossier nog niet boven water gekomen en men verwachtte niet dat dat in de toekomst nog zou gebeuren.
6. Bij deze stand van zaken kan de bestreden uitspraak in cassatie niet getoetst worden, zodat deze niet in stand kan blijven. Conform HR 12 februari 2002, nr. 01765/01 kan de Hoge Raad om doelmatigheidsredenen de zaak zelf afdoen door de inleidende dagvaarding nietig te verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rechter naar wie de zaak zou worden verwezen of teruggewezen niet in staat zou zijn te beraadslagen en beslissen op de grondslag van de tenlastelegging.
7. Ik concludeer dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam is vernietigd en de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
plv.