ECLI:NL:PHR:2002:AE8192
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen boedelnotaris bij verdeling nalatenschap niet bewezen
In deze zaak gaat het om de vraag of de boedelnotaris jegens een erfgenaam onrechtmatig heeft gehandeld door af te wijken van het plan van aanpak bij de verdeling van de inboedel van een nalatenschap.
De erfgenamen waren volgens een brief van 7 februari 1996 gebonden aan een plan van aanpak opgesteld door de boedelnotaris en de executeur-testamentair. De erfgenaam [eiseres] stelde dat de boedelnotaris onrechtmatig had gehandeld door het couvert (kavel 394) te splitsen in plaats van toe te wijzen zoals in het plan was voorzien. De rechtbank wees de vorderingen tot aantasting van de verdeling af, maar oordeelde dat de boedelnotaris niet zorgvuldig had gehandeld en verwees de schadevergoeding door.
Het hof verwierp de grieven van [eiseres] en oordeelde dat de boedelnotaris niet aansprakelijk was omdat de overeenkomst alleen de erfgenamen onderling bond en dat de erfgenamen geen schade hadden geleden door de splitsing van het couvert. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af, onder meer omdat de boedelnotaris niet partij was bij de verdelingsovereenkomst en de erfgenamen onvoldoende feiten hebben gesteld om onzorgvuldig handelen aan te tonen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de boedelnotaris wordt niet aansprakelijk gehouden voor onrechtmatig handelen.