ECLI:NL:PHR:2002:AE8524
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering bijkomende schade bij onteigening met vervangende koop
De zaak betreft de onteigening van twee woningen aan de A-straat te 's-Gravenhage, uitgevoerd ter uitvoering van een bestemmingsplan voor ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting. De rechtbank had de onteigening vervroegd uitgesproken en de schadeloosstelling vastgesteld op ƒ 158.500,--, waarvan ƒ 120.000,-- de waarde van het onteigende betrof. De gemeente stelde cassatieberoep in tegen de vaststelling van bijkomende schade.
De Hoge Raad beoordeelde drie middelonderdelen. Ten eerste bevestigde de Hoge Raad dat de rechtbank terecht was uitgegaan van bewoning door de eigenaar van de tweede etagewoning, gebaseerd op feiten en deskundigenrapporten, zonder onjuiste bewijslastverdeling.
Ten tweede oordeelde de Hoge Raad dat de door deskundigen gehanteerde marge van ƒ 35.000,-- bij de waardering van de vervangende koop redelijk en niet onbegrijpelijk was. De marge werd als inkomensschade en niet als vermogensschade aangemerkt, omdat er geen sprake was van een 'premie uit handen breken' of onrendabele top.
Ten derde verwierp de Hoge Raad het bezwaar dat geen rekening was gehouden met op geld waardeerbare voordelen van de vervangende woning. De rechtbank en deskundigen stelden dat het niet langer onvrij zijn van de vervangende woning geen op geld waardeerbaar voordeel oplevert, mede omdat dergelijke onvrije woningen niet meer te koop zijn.
De Hoge Raad concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep van de gemeente en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank over de schadeloosstelling en waardering van bijkomende schade.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente wordt verworpen en het oordeel van de rechtbank over de schadeloosstelling en waardering van bijkomende schade bevestigd.