ECLI:NL:PHR:2002:AE8856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging tenlastelegging en bewijsbeschouwing in zaak poging tot afpersing en wapenbezit
In deze zaak werd verzoeker door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens poging tot afpersing en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. De tenlastelegging werd tijdens de procedure gewijzigd op grond van artikel 314a Sv, waarbij onder meer de poging tot afpersing werd toegevoegd als feit 2, met een verband gelegd met de oorspronkelijke feiten van ontploffingen.
De verdediging maakte bezwaar tegen deze wijziging en stelde dat het verband tussen de oorspronkelijke tenlastelegging en de gewijzigde feiten ontbrak, en dat de wijziging in strijd was met het recht op een eerlijk proces. De Hoge Raad oordeelde dat er voldoende verband bestond tussen de feiten en dat de wijziging toelaatbaar was. Tevens werd geoordeeld dat de verdediging niet feitelijk werd onthouden van een volledige behandeling, aangezien zij de mogelijkheid had om nadere onderzoekshandelingen te vorderen.
Verder werd het bewijs betreffende het bezit van wapens en munitie op 28 mei 1999 besproken. Ondanks dat verzoeker verklaarde dat een ander de wapens had begraven zonder zijn aanwezigheid, oordeelde het Hof dat verzoeker zich bewust moest zijn van de wapens nabij zijn woning en dat hij over deze wapens kon beschikken. De Hoge Raad vond dat het Hof deze beschikkingsmacht voldoende aannemelijk had gemaakt, hoewel een nadere motivering wenselijk was geweest.
De middelen van cassatie van verzoeker werden verworpen, waarmee het arrest van het Hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verzoeker voor poging tot afpersing en wapenbezit en verklaart de tenlasteleggingwijziging toelaatbaar.