ECLI:NL:PHR:2002:AE9045
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens te hard rijden en botsing met vrachtwagen ondanks beroep op eendaadse samenloop
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens het overtreden van artikel 8 lid 2 onder Pro b van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid. Het Gerechtshof Arnhem vernietigde het vonnis deels en legde een hogere geldboete en een voorwaardelijke ontzegging op. Verdachte stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat sprake was van een kennelijke vergissing in het vonnis die kon worden verbeterd, en dat de bewezenverklaring voldoende was onderbouwd met getuigenverklaringen en een proces-verbaal van verbalisanten. De Hoge Raad verwierp het verweer dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was en dat het gebruikte bewijsmateriaal slechts conclusies bevatte in plaats van waarnemingen.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het verweer dat sprake zou zijn van eendaadse samenloop, omdat de feiten los van elkaar staan en verschillende wettelijke strekking hebben. De Hoge Raad verbeterde de kwalificatie van het bewezenverklaarde door ook artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 aan te halen, maar stelde dat dit geen gevolgen had voor de strafoplegging. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte wegens te hard rijden en het veroorzaken van een botsing met een vrachtwagen.