2. Tussen partijen staat het volgende vast:
i) [Verweerster] heeft zich begin 1985 in verband met voetklachten onder behandeling gesteld van [eiser], die als orthopedisch chirurg werkzaam was in het Holyziekenhuis te Vlaardingen. [Eiser] heeft bij [verweerster] in september 1985 voorvoetversmallende operaties uitgevoerd.
ii) Op 20 januari 1986 en op 27 januari 1986 heeft [eiser] [verweerster] respectievelijk aan haar rechter knie en aan haar linker knie geopereerd.
iii) De toenmalige raadsman van [verweerster] heeft bij brief van 23 mei 1989 aan [eiser] geschreven:
"(... ) Na de operaties en Uw behandeling zijn er aanzienlijke klachten aan cliënte's linkerknie ontstaan en zijn de klachten aan haar rechterknie alleen maar toegenomen.
Cliënte's gezondheidstoestand is daardoor dusdanig geworden dat zij volledig arbeidsongeschikt is verklaard voor haar functie van groepsonderwijzeres, dat zij in het algemeen is afgekeurd voor een percentage van 55 - 65 en dat zij daarnaast in haar privé-leven met veel beperkingen moet (leren) leven.
(...)
Voor alle geleden schade en nog te lijden schade houd ik U aansprakelijk.
Ik verzoek U mij binnen 14 dagen na heden opgave te doen van de naam en het adres van Uw verzekeringsmaatschappij onder vermelding van Uw polisnummer en mij voorts te berichten of U bereid bent om Uw eventuele aanspraken op uitkering jegens Uw verzekeringsmaatschappij aan cliënte over te dragen.(...)"
iv) [Eiser] heeft daarop bij schrijven van 5 juni 1989 aan de toenmalige raadsman van [verweerster] bericht:
"(...) Uw brief d.d. 23 mei 1989 werd door mij in goede orde ontvangen.
Alle in het Holy Ziekenhuis werkzame medische specialisten hebben via de Stichting Holy Ziekenhuis hun aansprakelijkheidsverzekering ondergebracht bij Winterthur Verzekeringen te Amsterdam.
Ook mijn aansprakelijkheidsverzekering is (...) ondergebracht bij bovengenoemde maatschappij. Vriendelijk zou ik U willen verzoeken in overleg met bovengenoemde maatschappij het een en ander op de gebruikelijke manier af te wikkelen.
v)Vervolgens heeft Winterthur bij brief van 4 augustus 1989 aan de toenmalige raadsman van [verweerster] bevestigd dat zij als aansprakelijkheidsverzekeraar van [eiser] optreedt.
vi) Nadien hebben er tussen de (toenmalige) raadsman en Winterthur onderhandelingen plaatsgevonden omtrent een schaderegeling. Dit heeft onder meer erin geresulteerd dat op verzoek van Winterthur een nader onderzoek is verricht door de onafhankelijk specialist prof. dr. Sijbrandij.
vii) Het verslag d.d. 26 januari 1991 van prof. Sijbrandij houdt onder meer in:
"(...)
Conclusie in antwoord op uw vragen:
Op de originele pre-operatieve röntgenfoto's van beide knieën op 19-12-1985 is het volgende zichtbaar: (...) Wel geringe versmalling van het re. patellafemorale gewricht met aan de bovenpool van de re. patella een begin van vorming van een kleine osteofiet. Het li. patellafemorale gewricht ziet er goed uit.
Tangetiele patellafoto 19-12-1985: enige versmalling van het patellofemorale gewricht re., de laterale patella rand heeft aan de laterale zijde lichte spoorvorming.
Conclusie: Beginnen arthrosis in het re. patellofemorale gewricht.
2. In het algemeen worden knieafwijkingen zoals op de röntgenfoto's boven beschreven afhankelijk van de klachten als regel conservatief behandeld met het advies een leefregel in acht te nemen ter vermijding van zware kniebelasting en verder zo nodig aanvulling met symptomatische therapie.
3. Naar mijn mening is de door [eiser] uitgevoerde operatieve behandeling van de knieën wat betreft de ingreep aan de li. knie niet gangbaar en verdedigbaar, omdat de li. knie geen last veroorzaakte en de rö-foto evenmin pathologische veranderingen liet zien. De ingreep op 27-1-1986 aan de li. knie was dus niet nodig. (...)
6. Het is waarschijnlijk, dat de bij patiënte geconstateerde patellofemorale arthrosis van de re. knie als er geen ingreep zou zijn verricht wel enige progressie te zien zou hebben gegeven. Het is niet goed voorspelbaar, tot welke mate van invaliditeit dit geleid zou hebben. (...) De li. knie, die geen klachten veroorzaakte en op het rö-beeld een normaal aspect had zou zonder meer een gunstige prognose hebben gehad.
7. Ik schat het percentage blijvende invaliditeit van het re. been op 11 %.
8. Ik schat het percentage blijvende invaliditeit van het li. been op 9 %.
9. Als geen knieoperaties zouden zijn verricht, zouden de knieklachten wel zijn blijven voortbestaan en mogelijkerwijs zijn verergerd. Het is niet te voorspellen tot welk percentage blijvende invaliditeit dit zou hebben geleid. Wel is waarschijnlijk dat ze haar werk als onderwijzeres en sportieve activiteiten zoals bergwandelingen nog lange tijd zou hebben kunnen voortzetten. De prognose van de li. knie was zonder meer gunstig.
10. De gevolgen van de operatieve ingrepen brengen buiten de beperkingen van het verrichten van arbeid beperkingen met zich in het dagelijks leven:
a) Voor haar eigen verzorging is ze niet beperkt, mede dank zij een traplift, die is aangebracht i.v.m. de kniepijn bij traplopen.
b) Bij de huishoudelijke activiteiten heeft ze na de knieoperaties een huishoudelijke hulp voor een halve dag in de week moeten nemen. Ze is in het bijzonder gehandicapt bij huishoudelijke bezigheden, waarbij ze moet staan en lopen, bezigheden, die knielen en kruipen met zich meebrengen kan ze in het geheel niet verrichten.
c) Bij de recreatie zoals sport, hobby's en vakanties kan ze geen bergwandelingen meer maken en aan andere recreatieve bezigheden, die met veel lopen en kniebelasting gepaard gaan meedoen.
11. Nu er 5 jaar sinds de knieoperaties zijn verstreken, kan worden aangenomen, dat er een eindtoestand met betrekking tot de gevolgen van de medische ingrepen is ingetreden met dien verstande, dat progressie van de klachten in verband met toename van de arthrosis niet onwaarschijnlijk is.
12. Op dit moment is speciale therapie ter verbetering van de knie- en heupklachten, behalve beperking van haar activiteiten, waardoor ze de pijngrens zo weinig mogelijk overschrijdt, niet geïndiceerd. (...)
viii) Winterthur heeft aan de toenmalige raadsman van [verweerster] bij brief van 22 april 1991 onder meer het volgende bericht:
(... ) Te uwer informatie delen wij u hierbij mede dat wij het rapport van Prof. Sijbrandij besproken hebben met onze medisch adviseur. Onze medisch adviseur kan zich geheel vinden in de conclusies zoals door Prof. Sijbrandij gesteld. Prof. Sijbrandij komt tot relatief lage blijvende invaliditeitspercentages waarbij wij tevens rekening moeten houden met de reeds voor de operaties bestaande klachten. Onzes inziens leent deze zaak er zich voor om uitgebreid met u te bespreken. Reeds op 18 februari jl. hebben wij u te kennen gegeven dat wij van plan waren om dit dossier uit handen te geven aan het bureau Assuraad. Wij zullen thans verzoeken aan het bureau met u een afspraak te maken teneinde nader oriënterend over deze zaak te praten. Wij geven er thans de voorkeur aan niet schriftelijk uitgebreid in te gaan op deze zaak. Te uwer informatie delen wij u hierbij mede dat wij deze zaak uit handen hebben gegeven aan het bureau Assuraad (...). Wij zullen alvast als voorschot onder algemene titel een bedrag ad f 10.000,-- op uw rekening overmaken. (...)
ix) Winterthur heeft het aan [verweerster] toegezegde voorschot van f 10.000,- op de rekening van [verweerster] overgemaakt.
x) Bij brief van 13 augustus 1991 heeft Winterthur aan de toenmalige raadsman van [verweerster] onder meer bericht:
"(...) Het spijt ons te moeten constateren dat het bureau Assuraad tot op heden nog geen contact met u heeft opgenomen. Wij hebben reeds overleg gevoerd met Bureau Assuraad, teneinde de schaderegeling ter hand te nemen. Wij nemen aan dat u zo spoedig mogelijk van Bureau Assuraad zult vernemen.
Inmiddels bereikte ons het verzoek om binnen 8 dagen na 9 augustus een voorschot te verstrekken ad f 50.000,--. Wij verzoeken u vriendelijk ons enig respijt te geven alvorens op die vraag in te gaan. Wij stellen u voor om deze termijn met twee weken te verlengen, waarna wij op uw verzoek zullen ingaan. Mocht u hieraan geen gehoor willen geven wilt u ons dit nog laten weten, alvorens de kort geding dagvaarding uit te laten brengen?
Langs deze weg willen wij nogmaals benadrukken dat het ons spijt dat deze vertraging is ontstaan, doch wij zullen alles in het werk stellen om te trachten zo spoedig mogelijk tot een totale schaderegeling te komen. (...)